Soutine in Westerpark

Vanochtend  loeiden de koeien. Daarna rinkelde de tram.  In het park stierven de stadsgeluiden weg, de koeien galmden nog na in mijn hoofd. De zon scheen. Nevel hing over de blauwe bloemkorfjes van de Chichorei. Een man in korte broek leegde een plastic zak met brood. De vogels namen het ervan.  In hun vijver was het een levendig gespetter en geplons. Een egoïstische waterhoen liep met grote zwempoten door het gras. 1) Zijn buit was binnen. Verderop zat een zwarte kraai op een lantaarnpaal. Hij krapte met zijn poot aan zijn kop. In het voorbijgaan keek hij me met zijn pientere ogen aan. 2) Vlakbij het buitenzwembad is een veld vol met wat ze wilde konijnen noemen.  Eigenlijk zijn ze best tam. Als je er langs fietst blijven ze liggen met hun pootjes uitgestrekt.

Aan het zwembad zit een nieuwsgierige, grijsblauwe houtduif. Zijn borst is licht paars. Hier zijn de duiven mooi. Geen aangevreten veren en poten als stompjes zoals een paar kilometer verderop.  In het water zwemmen piemels in rechte banen: groot, klein, dik, dun, krom. Waarom zwemmen er alleen mannen naakt? Niet dat het erg is.

De terugweg ligt in de schaduw, de zon in de rug. De konijnen hebben een klok in hun hoofd. Om 08.00 uur zijn ze altijd weg.  In het park passeert een van de zwemmers. Hij heeft zijn grijze trainingsbroek weer aan. Ondertussen dwarrelt de geur van het slachthuis door het park. Ik ruik een schilderij.

De van origine Russische schilder Chaïm Soutine was mateloos gefascineerd door karkassen: hangende fazanten, opengereten konijnen maar vooral gevilde ossen. Geïnspireerd door de os van Rembrandt schilderde hij er een hele serie van. 3) Op straat, waar de slagers hun koopwaar aanprezen, bestudeerde hij de karkassen. Toen hij zich een groot atelier kon veroorloven, hing hij er een hele os aan een haak. De buren wilden de dood niet ruiken. De os werd volgespoten met conserveringsmiddel. Hierdoor werd hij hard en leek hij nog doder dan hij al was. Soutine kocht van zijn spaargeld wat bloed. Hij smeerde dit op het lijk. Zo zag het beest er volgens hem wat minder dood uit.

Soutine ligt begraven op het kerkhof van Montparnasse in Parijs onder een groot katholiek kruis. Ik fiets het park uit. Morgen loeien de koeien weer. 5)

1)Voordat ik het fotoboek Koet van Semâ Bekirovic, zag, haalde ik de waterhoen en de meerkoet nogal eens door elkaar. Nu weet ik dat de meerkoet groter is en geen beschutting zoekt in het struikgewas. Zij broedt gerust in de gracht in het volle zicht van de stadsbewoner. Ze is niet kieskeurig. Haar nest bestaat uit kleurig plastic, oude kranten en is zelfs versierd met juwelen. De meerkoet is de aartsrivaal van de waterhoen.

2)‘Volgens het middeleeuwse bijgeloof geldt hij als onheilsbode […]’ .Dit las ik in Kester Freriks, Vogels kijken. Alle driehonderd Nederlandse vogelsoorten. Dit is een prachtig geschreven en geïllustreerd boekje uitgegeven door Athenaeum – Polak & Van Gennep.

3)Het Stedelijk Museum Amsterdam heeft een ossenkarkas van Soutine in de collectie: Le Boeuf, 1925

4)Tijdens het schrijven in het radiojournaal van 14.00: gekantelde veewagen vol biggetjes.  Het duurt tot 16.00 uur voordat de ravage opgeruimd zal zijn.

12/07/2010


Reageer

Logged in as . Log out »