“Je kent het vast ook”, zei ze. “Ik weet dat je het kent”, glimlachte ze. “Als je je in het hier en nu opgesloten voelt. Als je verlangt zonder te weten waarnaar. De mensen in het Westen hebben er vooral last van. Er zijn ook maar kleine aanpassingen nodig voordat je kunt zeggen dat we in de perfecte maatschappij zijn beland. Weet je wel, met rolstoelhellingen en volledig verlichte verkeerspleinen ook in de verste buitengebieden. Het probleem is alleen: Wat dan? Kunnen we ertegen dat we nergens naartoe gaan? Afgezien van weg en weer naar huis en twee keer per jaar op vakantie naar de palmen of de sneeuw. Dat is om wanhopig van te worden en misschien begin je je dan juist los te scheuren. Misschien gebeurde het toen. Lang voordat ik dat leven leidde. Ik wist diep van binnen dat ik niet in die bewusteloze kringloop terecht wilde komen, maar dan ben je al een stap te ver. Als je het erover hebt dat anderen bewusteloos zijn. Je hebt de banden doorgekapt maar je verlangt er nog steeds naar je echt te voelen.” (pp.127 – 128)
08/07/2012
